en wij...:

Leven en dromen

tussen anker en schroef...!

Onze locatie?

Sillery, Frankrijk!

Klik op de foto!


Meer foto's van bouw en doping...!


Over de bouw


Op de hoogte blijven?
Mail ons!

Archieven

01 Nov - 30 Nov 2007
01 Jan - 31 Jan 2008
01 Feb - 28 Feb 2008
01 Mrt - 31 Mrt 2008
01 Apr - 30 Apr 2008
01 Mei - 31 Mei 2008
01 Jun - 30 Jun 2008
01 Jul - 31 Jul 2008
01 Aug - 31 Aug 2008
01 Sep - 30 Sep 2008
01 Okt - 31 Okt 2008
01 Nov - 30 Nov 2008
01 Jan - 31 Jan 2009
01 Feb - 28 Feb 2009
01 Apr - 30 Apr 2009
01 Aug - 31 Aug 2009
01 Sep - 30 Sep 2009
01 Okt - 31 Okt 2009
01 Nov - 30 Nov 2009
01 Aug - 31 Aug 2010

Links

Jachtservice Scheveningen
Zonnemaire
Reisboek
Adaxi
Wereld van Daan

Feeds

Powered by Pivot - 1.40.1: 'Dreadwind' 
XML: RSS Feed 
XML: Atom Feed 

ADIEU CHAMPAGNE

Zondag 22 Augustus 2010 at 3:26 pm

Donderdag 12 augustus verlaten we Cumières, uitgezwaaid door Gerard en Edith van de Roger, die de laatste weken steeds onverwacht opdoken. We varen nog even de Marne af naar Epernay centrum voor inkopen

 

en daarna is het écht helemaal gedaan: we moeten het kanaal op. De sluizen werken hier automatisch, staat in ons gidsje en we slaan dus scherp rechtsaf, richting de eerste sluis. We wachten… we wachten en wachten, maar er gebeurt helemaal niks. We bellen een telefoonnummer dat op een bord staat en krijgen een aardige dame, die belooft één en ander door te zullen geven. Nog steeds gebeurt er niks…. Ik kijk eens achterom en zie een vreemdsoortig soort (denk ik) hijswerktuig over het water steken. Zou dat hier misschien iets mee te maken hebben???

 

We varen een stuk achteruit en ja hoor, hier hangt een soort van draaistang, waarmee je de sluis dus in werking kan zetten!! Nu gaat alles vlotjes en als we in de sluis liggen, komt er ook een VNF-autootje voor hulp. We leggen uit, dat we vanuit Epernay komend, dat hele draai-apparaat niet gezien hadden en dat daar ook niks over in ons gidsje vermeld staat. Nou ja, we zijn dus op het kanaal. Het is leuk varen, helemaal niet saai en dat komt ook door het twijfelachtige functioneren van stangen en/of het complete ontbreken daarvan. Een innig contact met de ‘reddingsbrigade’ van de VNF is hier voor vandaag het gevolg van.

In Tours sur Marne vinden we een aardig plekje achter de sluis. Het kanaalwater stroomt hier onder het jaagpad door de Marne in, een aparte situatie

 

en een mooie gelegenheid om afscheid van de Marne te nemen. Dat deze hier voor ons niet meer bevaarbaar is, is al snel duidelijk.

De volgende dag varen we door naar Condé sur Marne met weer een onwillige draaistang, die we uiteindelijk met een beetje hardhandige overredingskracht aan de praat krijgen. Het regent inmiddels pijpenstelen en met een behoorlijk aantal sluisjes te gaan is het in ieder geval duimen voor ons gunstig gezind zijnde draaistangen (en misschien af en toe een beetje droog weer om te kunnen schutten?).

Na 8 sluisjes hebben we geen last meer van de regen: dan mogen we 2,5 kilometer door een tunnel varen!

Weer 3 sluisjes verder vinden we een mooi en gastvrij plekkie in het jachthaventje van Sillery en….een bij tijd en wijle prima werkend internet!!

Omdat we ons afscheid van de champagnevelden nog even willen uitstellen én omdat we Reims willen bekijken zonder daar in de jachthaven midden in de stad én tussen de snelwegen te liggen én omdat we graag wat onderhoudschilderwerk willen plegen, besluiten we hier minstens een weekje te blijven. Vooralsnog zijn de schildergoden ons niet gunstig gezind: zaterdag, zondag en maandag regent het vrijwel onafgebroken en als het dinsdag eindelijk wat aardiger lijkt te worden, willen we erg graag naar buiten, dus wordt het fietsen naar Reims om de stad én de kathedraal uitgebreid te bekijken.

De kathedraal is erg mooi,

 

staat gedeeltelijk in de steigers voor onderhoud, maar toont ons desondanks het prachtige glas-in-lood én de glimlachende engel!

 

Door een overhoop gehaald stadsgedeelte (daar hebben wij tenslotte een beetje patent op!) baggeren we tussen de buien door naar de Porte de Mars, de stadspoort uit de tijd van de Romeinen toen Reims nog Durocortorum heette.

Ook uit die tijd stamt het Cryptoportique, één van 5 bouwsels van dit soort, die bekend zijn op de wereld. Het doel is nog steeds niet geheel duidelijk: waarschijnlijk zijn gedeelten ervan voor graanopslag gebruikt geweest, maar ook een overdekte ontmoetingsplaats en/of winkelcentrum behoren tot de mogelijkheden. Als we er aankomen, is het nog gesloten (die Franse lunchtijden, daar worden wij als rechtgeaarde Hollanders soms echt wanhopig van) en als we dan maar omdraaien en weglopen, zo van: jammer, maar helaas, worden we halverwege het plein aangesproken door een jongedame, die de sleutelbewaarster blijkt te zijn! Kunnen we dus toch nog binnen kijken!

De volgende dag wordt er – eindelijk  - geschuurd, gepoetst en gelakt aan boord van de Knipmes, echt nuttig hebben we ons gemaakt, maar daar hoeven we verder geen woorden aan vuil te maken…

Donderdag staat er een zelfontworpen wandeling op het program: door de wijnvelden naar Verzenay, waar we 2 vervreemdende bouwsels vinden. Ten eerste een windmolen, die gebouwd werd in 1820 en heeft gewerkt tot in 1901.

 

Daarna mocht’ie fungeren als gedistingeerde ontvangstruimte voor het beroemde champagnemerk Mumm. Een molen is nog tot daar aan toe, maar welke verlichte geest zou op het idee gekomen zijn een vuurtoren in Verzenay neer te zetten? Champagnehuis J.Goulet liet deze vuurtoren in 1909 als ‘reclamestunt’ bouwen: het schijnsel reikte tot in Reims en aan de voet van de toren werden dansmiddagen gehouden….

Bij de windmolen drinken we koffie en hijgen we uit, want de wandeling door de wijnvelden was superwarm en daardoor best zwaar. De vuurtoren bewonderen we slechts vanuit de verte, in tegenstelling tot de wijnpers uit vroeger dagen, die trots midden in het dorp staat te pronken.

Via een avonturen(klim-, abseil-, klauter-)bos wandelen we heerlijk in de schaduw naar Verzy, waar we het bos met de beroemde Faux de Verzy bezoeken.

Faux zijn kronkel-dwerg-beuken, héél oud en in Europa alleen nog voorkomend bij Hannover in Duitsland, in Denemarken en in Zweden. Hier in Verzy staan ongeveer 700 exemplaren bij elkaar: raadselachtig hoe zij zolang overleefden, zonder een enkel economisch nut te dienen….

Inmiddels zijn in de haven sinds een paar dagen Gerard en Edith weer opgedoken. Ze liggen gezellig naast ons en onze afscheidsborrel (ze moeten toch weer nodig op huis aan) wordt in stijl genoten: zij trakteren op champagne!!

 

Zelfs Fred geniet een glaasje mee, er komen ballonnen over en het wordt een genoeglijk samenzijn.

Zaterdagochtend varen zij richting het Canal des Ardennes en dan zo naar de Maas: wij blijven nog even en gaan dan de andere kant op. Via diverse kanalen willen we naar de Somme om die te bevaren tot Abbeville; denken we nu – maar dat zijn maar gedachten, die altijd weer kunnen veranderen!! Wat niet verandert, is dat we donderdag onze laatste wandeling door de champagnevelden maakten en dát vinden we eigenlijk best wel jammer. Als we straks even voorbij Reims linksaf slaan en dan een klein stukje verder weer rechts hebben we de champagnestreek en de Montagne de Reims toch écht verlaten…..

VAN CHATEAU THIERRY NAAR EPERNAY

Zaterdag 14 Augustus 2010 at 10:50 pm

De week na het vertrek van Joost en Marjon wordt er voornamelijk gevaren (kleine stukjes) en gewandeld (flinke afstanden). Het eerste om zaterdag in Dormans te geraken,

 

waar we zusje Lidia en haar kersverse echtgenoot Jan verwachten, het tweede om het opgeslagen vet van de overvloedige maaltijden met de kinderen weer een beetje in energie om te zetten (een poging tot, toch in elk geval…).

We overnachten in Mézy-Moulins en in Jaulgonne. Mézy-Moulins, waar we zodanig in de natuur liggen,

 

dat het ’s nachts aardedonker en dood- en doodstil is. Als ik midden in de nacht wakker wordt, zie ik zelfs met mijn ogen open geen hand voor ogen, dat maak je toch niet vaak mee!

We wandelen naar het kerkje van Mézy-Moulins, dat in the middle of nowhere ligt en De Witte Roos aan de Marne genoemd wordt. In de namiddag schijnt de zon dit mini-kathedraaltje schitterend te verlichten, de rest van de dag is het sowieso een betoverend plekje.

 

Door de bossen wandelen we omhoog en via de druivenvelden weer naar beneden. Tijdens de rondleiding bij Pannier vertelde men ons, dat straks tijdens de druivenoogst alle druiven in 10, 15 dagen geoogst zullen gaan worden.

 

Steeds als we ál die velden zo vol druiven zien, kunnen we ons er geen voorstelling van maken hoe dat in zo betrekkelijk korte tijd gerealiseerd moet gaan worden: het zijn er zó verschrikkelijk veel!! En allemaal met het handje hè….

Wij plukken naast de boot een emmer vol gele pruimen. Een vriendelijk Frans echtpaar wijst ons op de boom en geeft een paar pruimen om te proeven, heerlijk!

Donderdagochtend wandelen we nog even naar de overkant van de Marne, naar het lieflijke dorpje Mont Saint Père en door het beschermde natuurgebied, dat zich hier op de zuidhelling van de heuvels bevindt, nu even geen wijnvelden dus. De klim blijft overigens hetzelfde, maar daar zijn we zo van lieverlee wel aan gewend, dat is je lot als je in heuvelachtig gebied op een rivier woont…

Via weer een prachtig sluisje varen we donderdagmiddag naar Jaulgonne, waar we na wat moeilijk manoeuvreren een plekje en voor 4 Euro van de gemeente stroom en water krijgen.

Vrijdag varen we naar Dormans, waar we – in afwachting van een heerlijk weekend – boodschappen doen en geleisuiker kopen teneinde de gele pruimpjes om te zetten in jam. Wát een rijkdom: 5 potten zelfgemaakte pruimenjam!

De dagen met Lidia en Jan zijn super: zaterdag na de koffie (met taart uiteraard!) en uitgebreid trouwfoto’s kijken, wandelen we naar het kasteel van Dormans en het bloemrijke park dat daarbij hoort.

 

Er is in dit park ook een schitterend herdenkingsmonument voor de soldaten die het leven lieten bij de Slag om de Marne in de Eerste Wereldoorlog, indrukwekkend.

Zondag gaan we varen: van Dormans naar Cumières, een dorpje vlak voor Epernay. De sluisjes blijken op dit stuk anders dan anders: er liggen drijvende steigers in omdat de sluiswanden rond lopen.

Cumières is een dorpje van niks – er is niet eens een bakker! – maar wel heel leuk. Er zijn hier – hoe kan het anders – een aantal champagnehuizen en langs de Marne wordt aan de hand van levensgrote, ijzeren figuren het hele proces van het champagnemaken uitgebeeld. Wij liggen toevalligerwijs bij het voor ons meest aansprekende gedeelte van dit hele proces!

Maandag wandelen we naar Epernay om de stad te bekijken én omdat Jan en Fred met de trein naar Dormans willen om de auto van Lidia en Jan op te halen. Als we bij het station kaartjes gekocht en vertrektijdeninformatie gekregen hebben, wandelen we door het schitterende park van het stadhuis (dat ooit het nederige stulpje van de heer Auban-Moët was!)

 

naar de Avenue de Champagne. Hier vind je de grote champagnehuizen – letterlijk én figuurlijk – met gebouwen uit de 19e

eeuw in renaissance- of klassieke stijl. In 1994 werd de Avenue geklasseerd onder de 100 meest opmerkelijke plaatsen van gastronomisch Frankrijk. Onder de Avenue bevinden zich meer dan 100 kilometer, in de krijtbodem uitgehouwen champagnekelders waar miljoenen flessen worden geproduceerd.

 

Als de heren naar Dormans vertrokken zijn, hebben Lidia en ik nog even lekker de tijd voor wat vrouwelijk shopping-genot. We hebben het trouwens heerlijk zo met z’n viertjes en willen nog niet denken aan morgen, als de dagen samen alweer voorbij zullen zijn….

Terug in Cumières eten we zoals gewoonlijk laat, kletsen, lachen, doen wat spelletjes en dan, als we wakker worden is het toch écht zover: na een laatste ontbijtje en nog even koffiedrinken is het tijd om afscheid te nemen. Niks nie leuk nie, maar het is niet anders en we hebben het heerlijk gehad met elkaar, dáár gaat het toch om….?!!!

Woensdag brengt bijna de hele dag regen, maar in de middag klaart het voorzichtig wat op en vinden wij het een mooie gelegenheid om naar Hautevillers te wandelen. Hier leefde in de 17e eeuw de beroemde Dom Pérignon:

 

47 jaar lang, tot aan zijn dood, wijnmeester van de Benedictijner Abdij van Hautevillers, die de 5 belangrijkste voorwaarden vaststelde voor het maken van een mooie champagne. Zijn wijnen waren toen al uitermate geliefd bij de Zonnekoning en zijn disgenoten!

Het is een behoorlijke klim, maar Hautevillers (en de uitzichten!) zijn de klim meer dan waard,

 

bovendien is het heerlijk om even buiten te zijn na bijna een hele dag binnen. De wijnvelden hier zijn bijna allemaal eigendom van beroemde huizen als Moët & Chandon en Perrier en door deze beroemde velden wandelen wij dus gewoon terug naar Cumières!

Vanuit de hoogte konden we ook het punt zien, waar de Marne alleen nog tot in Epernay bevaarbaar is, verder niet meer en waar wij dus verder over de gekanaliseerde Marne zullen varen. Maar nu nog niet, eerst nog maar weer eens een internetmogelijkheid zoeken, daar rust de laatste tijd niet bepaald een zegen op, maar we blijven proberen…..!

VERRASSING IN CHATEAU THIERRY

Zaterdag 14 Augustus 2010 at 10:24 pm

 

Donderdag nog even bij het Bureau de Tourisme langs voor stedelijke info én om te vragen waar zaterdag in de omgeving markt is. In Chateau Thierry is dat op vrijdagochtend, maar dat gaan Joost en Marjon natuurlijk niet redden. We krijgen een uitdraai met nog voldoende mogelijkheden om zaterdag een marktje te bezoeken, nothing on the hand!

Donderdagavond belt Joost nog even, ze gaan zo snel mogelijk rijden morgenochtend, ze bellen nog en meer van dat soort leugenarij – naar later zal blijken.

Als het donker is en Fred in de kuip wat zit te lezen, bonken er opeens twee lieden met een hoop kabaal de Vader Knipmes op – we schrikken ons werkelijk te pletter, want als mensen in het donker zomaar op je boot stappen: da’s nie goe nie. Vrijwel onmiddellijk blijken het Joost en Marjon, die ons – zeer geslaagd – wilden verrassen en dus allang in de buurt waren toen Joost belde! Geweldig natuurlijk en of het zo moest zijn: de bubbels stonden al koud, omdat we bang waren dat morgen te vergeten!

Vrijdag dus met z’n vieren naar de markt, allerlei heerlijkheden ingeslagen waarvan we samen met (of eigenlijk: onder leiding van) Joost vanavond een maaltje gaan bereiden. Onder andere artisjokken (die ik nog nooit klaargemaakt heb), doperwtjes, witte boontjes en zilveruitjes (ook nooit gemaakt). Verder eendenfilet en schouderstukjes van eend, die zelfs Joost niet kent – spannend!

’s Middags wandelen we naar het Chateau van Thierry door de Rue du Chateau – in de middeleeuwen de enige geplaveide weg naar het kasteel. Het kasteel, dat in 720 door Charles Martel gebouwd werd op een strategisch punt aan de Marne voor de kind-koning Thierry, die toen 7 jaar oud was. Tegenwoordig is er van het kasteel niet veel over, het zijn voornamelijk de verdedigingsmuren en de poorten die nog overeind staan, maar zo hoog boven de stad gelegen, is het hier prima rondzwerven – lichamelijk én geestelijk, want er is weinig fantasie voor nodig om je hier héél ver terug in de tijd te wanen…

Terug op aarde, in de tijd én op de Knipmes is er werk aan de winkel: er wordt gedopt, geschild, gebakken en gekookt onder de bezielende leiding van ons kokkie en in een mum van tijd staat er een maaltje op tafel, een sterrenrestaurant waardig. Smikkelen en smullen.

Zaterdag staat in het teken van de champagne: we rijden de Route du Champagne en komen uit in het dorpje Condé-en-Brie,

 

waar la Dhuys superschilderachtig doorheen blijkt te stromen (ja Wilma, nu durven we wel!). Fred vindt hier – bij een ook al schitterend lavoir – een prima picknickplek, waar we dan ook dankbaar gebruik van maken.

 

Heerlijk, een picknick met alles erop en eraan: lekker stokbrood, kaas, paté, ham, fruit, wijntje, sapje: kortom, wel effe wat anders dan onze sobere wandelpicknickjes (die overigens ook niet te versmaden zijn, hoor).

Als we helemaal voldaan zijn, rijden we terug naar Chateau Thierry, waar we om 3 uur verwacht worden bij het champagnehuis Pannier voor een rondleiding en champagneproeverij. Er gaat een wereld voor ons open en nu begrijpen we veel beter waarom goede champagne niet goedkoop kan zijn. Vóórdat de champagne verkocht kan worden zijn er sowieso al 3 tot 5 behoorlijk arbeidsintensieve jaren verstreken. We leren dat er 3 druivensoorten geschikt zijn om champagne mee te maken en dat deze druiven hier in de champagnestreek na de oogst onderling geruild worden. Bij Pannier rijpen de champagnes in grotten met een constante temperatuur en vochtigheid en zoveel mogelijk in het donker. We eindigen met een proeverij en zelfs Fred is zodanig geïnspireerd, dat hij een paar slokjes meeproeft.

Zondag, na een uitgebreid ontbijt en een paar uurtjes lummelen is het alweer tijd om afscheid van de kinderen te nemen. Nooit leuk natuurlijk, maar het was een heerlijk weekend, we hebben genoten van elkaar, van de omgeving en van al het goede dat hier geboden wordt en dáár gaat het toch om??!!

Maandag besluiten we tot een fikse wandeling om alle heerlijkheden van het afgelopen weekend weer een beetje kwijt te raken.

 

We wandelen over prachtige voetpaden, langs ‘geheime’ valleitjes, door verstilde dorpjes, picknicken ‘sober’ in het Ravin des Vaches en komen uiteindelijk weer uit bij Thierry’s kasteel, dat we betreden door dezelfde poort, waardoorheen Jeanne d’Arc een paar honderd jaar geleden trok.

Dinsdag van hetzelfde laken een pak: nu klauteren we de stad uit aan de andere kant, langs het geboortehuis van Jean-de-la-Fontaine – de beroemde fabeldichter uit de 17e eeuw. Het wordt rustiger en rustiger, tot we uiteindelijk écht in het

buitengebied belanden en na nog wat klimwerk op 204 meter het Amerikaanse herdenkingsmonument bereiken.

 

Het is groot en wit en staat op een wel zéér opvallende plaats (zelfs vanaf de boot kijken we er min of meer tegenop) en herdenkt de Amerikaanse soldaten die gevallen zijn tijdens de 1e Wereldoorlog.

De afdaling is in aanvang nogal problematisch omdat er mensen zijn met hobby’s, die íetsje meer en serieuzer sporen nalaten in de natuur. Ons wandelpad is - niet voor het eerst in de afgelopen weken - helemaal, totaal en finaal omgeploegd door 4-wheel-drive-hobbyisten: bedankt heren (en/of dames)!!

Gelukkig staat er ongeveer de doodstraf op om zulk rijgedrag tussen de wijnstokken te vertonen, dus kunnen we daar weer een beetje normaal lopen.  

Verbazingwekkend trouwens hoeveel druiven er in één trosje zitten: het voelt gewoon keihard aan van de druiven!

We dalen verder af tot rivierniveau en komen in Essômes-sur-Marne,

 

een aardig stadje vóór Chateau Thierry, waarna we simpelweg nog maar de rivier hoeven te volgen om terug te keren naar de Knipmes.

Morgen is het plan om weer een stukje verder te gaan en wanneer de volgende internetgelegenheid zich voordoet? Wie zal het zeggen, maar voorlopig zijn jullie weer een beetje op de hoogte van ons gedobber in La Douce France!!

VAN BRIE NAAR CHAMPAGNE

Zaterdag 14 Augustus 2010 at 9:39 pm

Met Wilma (een echte, onvervalste lekkerbek) trekken we van het gebied van de brie naar de wijnvelden van de champagne, echt zó akelig allemaal!

Maandag varen we gedrieën van Meaux naar Mary-sur-Marne, een stukje van niks, maar in Mary enz enz vinden we een prachtig plekje, dus….stoppen!

Dinsdag wandelen we een rondje en komen daarbij langs een pompstation dat – zijnde een industrieel monument – opengesteld is voor publiek. Een prachtig plekje, waar we gelijk maar besluiten ons ontbijtje te nuttigen, want in verband met de hitte zijn we vroeg op pad gegaan.

Eenmaal terug bij de Knipmes is er zodoende nog tijd genoeg om te zwemmen, te zonnen, te lezen, kortom om te lummelen! Brood wordt afwisselend door Wilma en Fred op de fiets gehaald in het naburige dorp: hier in Mary s/Marne is de levendigheid uitsluitend geconcentreerd in de beide restaurantjes langs het water, lijkt het….

Woensdag varen we heel rustig aan, door de regen naar La Ferté sous Jouarre.

 

Het voorste steiger - met het mooiste uitzicht – is nog vrij, want daar blijkt geen stroom. Nou, dat maakt ons niet uit hoor: wij willen hier wel! Eenmaal vastgeknoopt kunnen we met een beetje kunst- en vliegwerk – én door onze mega-lange kabel – bij het volgende steiger komen, zodat we ook nog van energie voorzien worden! Prachtig is het hier: als God in Fr…. juist ja!

Donderdag wandelen we – voor gevorderden, volgens Wilma – naar Jouarre, een lieflijk plaatsje, dat gedomineerd wordt door de Benedictijner Abdij, die daar al in de 7e eeuw gesticht werd. Vaak verwoest, steeds opnieuw opgebouwd bewonderen we de huidige bouwwerken die dateren van de 17e eeuw.

 

Er zijn cryptes met merovingische en carolingische graven te bewonderen. Wij laten het bij bewondering van bouwwerken en dorpje – we hebben tenslotte nog een lange terugweg te gaan!

Dat hoeft gelukkig niet geheel en alleen op eigen kracht: onderweg vinden we fruit in overvloed

 

en als we aan de lunch toe zijn, zelfs een complete tafel met bankjes op een lommerrijk plekje. Eén en ander kan niet verhinderen dat we behoorlijk aan het eind van ons latijn aantikken bij de Knipmes. Gelukkig is daar water voor vermoeide hoefjes en liggen er ijsjes in de vriezer!

Vrijdag blijven we nog een nachtje extra in La Ferté. We hebben een superaardige hondentrimster bereid gevonden een paar uurtjes door te werken ten einde Dorus van een zomervachtje te voorzien. Het blijkt, dat men hier al maanden op voorhand bezet is. Volgens Wilma is mijn vraagstelling absoluut niet dringend genoeg bij de eerste trimster die we bezoeken, daardoor word ik volgens haar dus zonder meer richting deur afgescheept. Of het aan de veranderde aanpak of aan het vriendelijke karakter van trimster numero twee ligt, zullen we nooit weten, maar feit is dat zij bereid is te helpen: vrijdagmiddag om 5 uur wordt Dorus verwacht!

Hebben wij nog mooi even de tijd om de Port aux Meules te gaan zoeken. La Ferté stond in het verleden bekend om zijn superieure kwaliteit molenstenen, dankzij een zeer bepaalde steensoort die hier dus ruimschoots voorhanden is en overal vinden we sporen van die roem uit het verleden (molensteengebakjes bij de bakker, molensteenplantenbakken voor het gemeentehuis, molensteentjes als sleutelhanger, ga zo maar door). Het schijnt dat, waar vroeger de fabriek stond waar de molenstenen van ribbels voorzien werden, er een kademuur gedeeltelijk is opgetrokken van gebroken molenstenen, maar wij hebben die muur nog niet kunnen ontdekken en twijfelen zelfs ernstig aan het bestaan ervan.

 

Overbodig, want we hebben hem dus gevonden, het stelt alleen niet zóveel voor en om het nou een haven van molenstenen te noemen??!!

Ter genoegdoening worden we vrijdagavond getrakteerd op prachtig avondlicht en dat maakt heel die molensteenhavenperikelen weer goed….

Zaterdagochtend gooien we los en wenden de steven naar Nanteuil-sur-Marne. Een heerlijk tochtje, een prima plekkie, station aan de overkant voor morgen voor Wilma en…..de eerste wijnvelden!! Niet zomaar wijnvelden, maar gelijk al champagnevelden en dat verschil zie je natuurlijk (niet)!!  

We hebben nog tijd voor een verkenningsrondje door het dorpje, wat snel klaar is en aansluitend een wandelingetje door de wijnvelden.

 

In Crouttes-sur-Marne, waar we uitkomen, gelijk al ons eerste champagnehuis en als we naar de lucht kijken beloven er binnen afzienbare tijd ook bubbels uit de lucht te komen! Het loopt met een sisser af, maar dat weten we dan nog niet.

Zondag is niet leuk: om 11.19 uur nemen we afscheid van onze ‘matroos voor een week’ en om 11.20 uur verdwijnt zij met trein en al de tunnel in, richting Parijs en uiteindelijk richting huis. Jammer, maar het was een heerlijk weekje met z’n drietjes: een mooie herinnering is geboren.

Maandag wandelen we omhoog en omlaag, omhoog en omlaag door de wijnvelden en eten uiteindelijk ons stokbroodje op een uitkijkzetel hoog boven de tunnel, waar Wilma gisteren verdween.

’s Avonds nemen we afscheid van de plaatselijke pubermeisjes, die het allemaal reuze spannend vinden in zo’n boot en nog gauw fotootjes willen van aan het stuurwiel, op de bank en bij de keuken! Schatjes zijn het en op die leeftijd is Nanteuil-sur-Marne natuurlijk dodelijk saai en helemaal als je dan ook nog vakantie hebt!

Als we dinsdagochtend de mensen van het plaatselijke restaurant bedankt hebben voor het trouwhartig meenemen van ons dagelijkse stokbroodje (de dichtstbijzijnde bakker is 4 kilometer verder!), zeggen we Nanteuil vaarwel.

Dinsdagavond slapen we in Nogent l’Artaud – en dáár is wel een bakker. Of in ieder geval: die was er, want als ik woensdagochtend brood wil halen, blijkt de bakkerij gesloten. De bakker is dinsdag overleden staat op de deur, brood is te bekomen bij de épicerie even verderop….

Nogent l’Artaud blijkt een aardig dorp en gastvrij voor bootjesmensen. Er is een mooi steiger en bij het station aan de overkant van de weg kan een sleutel voor stroom en water gehaald worden.

 

We wandelen wat door dorp en omgeving, bewonderen de ruïnes van wat ooit een abdij was en komen hier meer en meer champagnehuizen tegen: in Charly-sur-Marne is zelfs een straat met om de haverklap een bubbeltjes-onderneming.

Van de weeromstuit vinden wij het tijd worden om de Vader Knipmes ook wat meer blingbling te geven: er wordt vol overgave gesopt, geboend en gezeemd en woensdagavond ligt ons drijvende huisje te glimmen als de bekende hondendrol in de maneschijn!

Donderdag verslapen we prompt gigantisch onze tijd (niet meer gewend te werken hè), maar ach ‘who cares’? Na een verlaat ontbijt zetten we koers richting Chateau Thierry, waar we vrijdag in de loop van de dag Joost en Marjon verwachten en we ons dus opmaken voor wéér een paar heerlijke, feestelijke dagen!

PICO BELLO IN MEAUX

Zaterdag 17 Juli 2010 at 11:52 am

Het quatorze-juillet-vuurwerk is heel mooi en we kunnen alles vanuit onze kuip bekijken: we blijken eerste rang te liggen! Ook de lampion-optocht trekt voor de Vader Knipmes langs, dus we worden behoorlijk verwend. Wat we apart vinden, is dat vuurwerk en feestelijkheden voornamelijk plaatsvinden op de avond van 13 juli en 14 juli hier in Meaux eigenlijk niks speciaals brengt. Achteraf maar gelukkig voor de organisatoren, want wat 14 juli wél brengt zijn enorme bakken regen!

’s Ochtends vroeg is daar echter nog niks van te merken: we willen wandelen met een grote boog om Meaux heen langs het Canal de l’Ourq en hoewel ons weerstationnetje regen opgeeft, vertrekken we onder een strakblauwe lucht. We gaan er maar vanuit, dat dat ding gek is (weten wij veel).

Het eerste stuk langs het Canal is er geen vuiltje aan de lucht. Het Canal ligt ver boven de stad en dat is een aparte gewaarwording.

Als we nog verder omhoog gaan naar het dorpje Crégy-lès-Meaux en daar wat meer uitzicht hebben, komt de aap uit de mouw: donkere luchten pakken zich samen! Er komt een enorme bui aan en we drinken eerst maar eens koffie hier in Crégy, want áls het los gaat, hebben we hier in ieder geval een schuilmogelijkheid. Niet dat we bang zijn om nat te worden, maar dit is een onvervalste onweerslucht en na Crégy wacht ons een stuk hoog over de vlakte: kijk en met donder en bliksem houden wij daar niet zo van!

De bui drijft opzij langs en wat wij ervan meekrijgen zijn welgeteld 3 spetters. Daarna blijven er dreigende luchten in de verte langsgaan, maar gelukkig op veilige afstand, zodat we gewoon de ‘hoogvlakte’ over kunnen steken.

Wie trouwens weet, wat deze witte bloemen zijn, mag het zeggen: we hebben in ons gidsje gezocht, maar komen er niet uit. Wij denken dat het misschien melkeppe zou kunnen zijn?

Zonder verder een spatje regen komen we terug bij de Knipmes, maar als we goed en wel binnen zijn barst de bui los; bofkonten, dát benne we!

Meaux is trouwens buiten een mooi, een bijzonder gastvrij stadje. Er is een prachtig jachthaventje voor passanten, waar je gratis kan liggen mét water en elektriciteit en zolang het niet ál te druk wordt, doet niemand moeilijk als je wat langer wilt blijven dan de 48 uur die toegestaan zijn.

Wij willen dat wel met zoveel wandelmogelijkheden. Bovendien verwachten we zondag vriendin Wilma, die een weekje met ons mee komt varen, en haar willen we ook graag laten kennismaken met Meaux. Heerlijk, we verheugen ons echt op de dagen met haar!

Nog een pluspunt hier in Meaux: we hebben een unieke internetmogelijkheid ontdekt!

SARED 77: een computerwinkel/-dokter, waar ik gewoon midden in de winkel kan internetten, waar iedereen even gastvrij en vriendelijk onthaald en geholpen wordt door de immer goedgezinde Réda. Alleen al om hier te zitten en te zien hoe hij met zijn klanten omgaat is genieten! In 2007 heeft hij een prijs gekregen van de stad Meaux als meest klantvriendelijke, jonge ondernemer en nu in 2010 is er nog niks veranderd, chapeau!

Als Fred meegaat, krijgt hij steeds stiekem chocolaatjes toegestopt omdat hij maar zit te wachten; Réda heeft gelijk bij onze eerste ontmoeting al geregeld, dat ik Frans praat tegen hem en hij Engels tegen mij: hebben we het allebei een beetje niet makkelijk (!) en als Réda onze 50 Euro bij het afrekenen niet kan wisselen, zegt hij: laat maar zitten, dat komt volgende keer wel, jullie komen toch terug? Heerlijk sfeertje daar, was het overal maar zo…

Vrijdagochtend gaan we al heel vroeg op pad om aan de andere kant rond Meaux te wandelen: over de sluis langs de Marne, even doorsteken en dan langs het Canal de Chalifert terug. Klinkt simpel, maar het begint al moeilijk: bij de sluis vinden we elke doorgang met hekken afgesloten en als we een beetje sip staan te kijken van ‘oe moe me noe?’ wijst de vriendelijke schipper van de boot die hier in de sluis ligt, hoe we verder kunnen: een ieniemienie paadje óm een hek heen!

 

De verdere tocht verloopt zonder problemen. We ontbijten op een heerlijk plekje met koffie en stokbrood en zijn het er samen over eens, dat het beste hotelontbijt hier niet tegenop kan!

’s Middags krijgt Fred de geest en fabriceert een drijvende werkstoel om de kalkaanslag van de romp te poetsen. Als ik aan boord het geheel in evenwicht houd met behulp van twee lijnen, gaat het helemaal geweldig én supersnel! De romp knapt er lekker van op, koud is het voor geen meter: de watertemperatuur bedraagt 25 graden!

Ook de familie eend komt een kijkje nemen. Dat is zó grappig: op één of andere manier heeft een gans zich over moeder en kinderen ontfermt. Negen van de tien keer zwemt hij mee met het jonge gezinnetje en hij beschermt de jonkies ook daadwerkelijk als daar aanleiding toe is; een soort peetoom ofzo…

WENNEN AAN DE MARNE

Dinsdag 13 Juli 2010 at 4:25 pm

De eerste dagen op de Marne vallen ons niet eens mee en waar dat aan ligt? Het is even wennen na de machtige Seine, de dorpjes waar we doorheen varen – zeker de eerste 30 kilometer – zijn welgestelde voorsteden van Parijs, waar de roei- en kanoverenigingen welig tieren maar waar men kennelijk niet gewend is elkaar te groeten op het water en dat zet al gelijk een beetje de toon. Hoewel alles er schitterend onderhouden uitziet, hebben we toch niet veel zin om hier een plekje te zoeken. Waarschijnlijk is onze aversie geheel onterecht en voor het grootste deel een reactie op het verlaten van de Seine en het weer afscheid nemen van Petra, Diana en Joëlle maar zo voelen wij het nu eenmaal.

Het dagje varen met de meiden was dan ook supergezellig. Het rondje Parijs ‘by boat’ snakkerig heet, onwijs druk met rondvaartboten, peniches en duwbakken, maar op het voordek werd volop genoten, gewezen en gefotografeerd, dus helemaal goed!

Op de scheiding van Marne en Seine, bij Chinatown, slaan we linksaf (bakboord uit),

 

nemen een sluis en al snel zien we het steigertje, waarvandaan het vrij gemakkelijk is om weer terug in Parijs te komen. De voorzienigheid heeft ervoor gezorgd dat het steigertje heerlijk in de schaduw ligt, dus voor ons allemaal ligt verkoeling binnen handbereik – en dat is wel nodig ook, het is warm!!

De nacht brengen wij – na het afscheid van de meisjes – aan datzelfde steigertje door, om de volgende dag, naar later zal blijken met gemengde gevoelens, naar Lagny sur Marne te varen. Een prachtig passantensteiger is daar aan een karakteristieke kade

 

en – surprise! – als we terugkomen van een verkenningstochtje door het stadje, liggen Govert en Annet knusjes achter ons. Zij blijven maar één nachtje, wij plakken er nog een dag aan vast we willen proberen door wat te fietsen toch een beetje het goede gevoel terug te krijgen. Dat lukt ten dele: na een moeizame start door tot vuilnisbelt verworden ‘natuur’, komen we uiteindelijk langs een afgetakte Marne-arm te fietsen, waar het heerlijk toeven is. De kers op de taart vormt het industrieel monument de oude Meunier chocoladefabriek. Sjakie zou hier waarlijk niet misstaan, echt té mooi!

Terug bij de Knipmes wordt ons enthousiasme weer danig getemperd door een stelletje bierdrinkende, boerende en urinerende no-brains op de kade naast de boot én door het domme en ongeïnspireerde optreden van de dame achter de balie van het Bureau de Tourisme. Jammer, maar Lagny kan ons het goede gevoel toch nog niet helemaal teruggeven.

We gaan verder, richting sluisjes en tunnel bij het begin (of het einde, net zo je wil) van het Canal de Chalifert. Vóór we daar aankomen varen we langs de beeldentuin de la Dhuys en natuurlijk willen we daar graag even kijken. Het valt niet mee om de Knipmes tussen de stenen langs de kade te manoeuvreren, maar het lukt. We houden onze vingers gekruist dat er geen peniche langskomt, want dán liggen we toch niet echt best met de zuiging en de golven, en gaan snel even kijken.

 

Prachtige monumentale beelden in een natuurlijke omgeving, jammer dat we er toch niet écht op gemak van kunnen genieten, maar we hebben wél even gekeken!

Het Canal van Chalifert is mooi, groen en rustig

 

en dáár aan een kade’tje van niks in Esbly begint het goede gevoel terug te komen. Heerlijk liggen we hier en als we dan ook nog een prachtig watertje ontdekken – le Grand Morin – zijn we weer helemaal in ons hum.

 

We gaan gelijk op onderzoek uit of kanoën op de Grand Morin tot de mogelijkheden behoort en dat behoort het zeker, alleen zien we geen enkele mogelijkheid om – op redelijke sleep- en sjouwafstand – de kano ín het water te krijgen. Dat is jammer, maar fietsen gaat - als we van de kaart uitgaan – hier wel uitstekend, dus dan doen we dat toch?!

Min of meer langs de Grand Morin fietsen we naar Saint-Germain-sur-Morin, waar we in de schaduw aan het water koffie drinken en vandaar gaan we verder via Villiers-sur-Morin naar Crécy-la-Chapelle. Een prachtige tocht en de leidraad is – buiten de Grand Morin – het schildersverleden van dit gebied.

 

Overal vind je een soort schildersezels met informatie over de schilders die hier werkten en hun inspiratie vonden. Erg leuk om te vergelijken wat zij schilderden en hoe het er nu uitziet. In Crécy vinden we een heerlijk koelplekje: een schaduwrijke wasplaats langs het water, waar je je hoefjes zomaar in het verkoelende water kan laten hangen, wat we dan ook vol overgave doen!

Eenmaal terug bij de Knipmes hebben we buren gekregen: Bruce en Chris aan boord van hun ruim 100 jaar oude, van oorsprong Nederlandse schip de Tortus uit Maldon. Bruce kent bijna de hele 100-jarige geschiedenis van het schip en is nog steeds bezig om meer te achterhalen. In het kader daarvan komen zij volgend jaar weer naar Nederland om bepaalde mensen en musea te bezoeken. Eén van de vorige eigenaren was overigens Pete Townsend van The Who.

 

Maandagochtend hebben we nog even een praatje met Bruce en dan blijkt, dat zij met de trein naar Meaux gaan om hun auto op te halen. Omdat wij toch ook die kant opgaan, nodigen we hen uit om in plaats van met de trein, lekker relaxed met ons mee te varen en dat vinden zij een prima plan. Zodoende varen we maandagochtend gezellig met z’n vieren naar Meaux en als we hen bij hun car afgezet hebben, vinden we een prachtig plekje in de passantenhaven.

 

Meaux is mooi en gastvrij, helemaal goed! Bij het Bureau de Tourisme vinden we alles wat ons hartje begeert (véél wandelroutes!!) en morgenavond is er vuurwerk in verband met 14 juli, dus we blijven hier wel even hangen!

SLEPEN, PESTVOGELS, PARIJS

Dinsdag 13 Juli 2010 at 4:14 pm

Wat we willen doen in Andrésy is naar Conflans gaan voor de internetwinkel, een fietsroutekaart bij het Bureau de Tourisme en inkopen doen in de supermarkt. Het marktje bij Andrésy is maar klein en levert als buit alleen wat groente en vlees op.

Om 2 uur zijn we in Conflans, eerst maar naar het Bureau de Tourisme. Dat blijkt nog tot 3 uur gesloten (die middagsluiting hier breekt ons steeds vaker op!). Dan eerst maar naar de internetwinkel. Die blijkt voorgoed zijn deuren gesloten te hebben evenals de supermarkt, die we daarna opzoeken! Wat is dit voor gekheid?

Als het Bureau de Tourisme zijn deuren opent, levert dat ook niet op wat we in ons hoofd hebben en volgens het overigens superaardige meisje is er op fietsafstand geen andere supermarkt – nou, dat schiet nog eens lekker op! We fietsen terug naar Andrésy centraal en bij navraag horen we dat we vlak in de buurt van een supermarkt zijn. Gelukkig, probleem opgelost denken we in onze onschuld. Van verre zien we het pand al lokken, tót we voor de deur staan: wegens verbouwing gesloten! Een ramp volgens een passerende vrouw, en nee vlakbij is geen andere supermarkt, dan moet je toch een heel stuk over de route nationale fietsen en dat is absoluut geen aanrader. Dat gaan we niet doen, dan maar het aller- allernoodzakelijkste aanschaffen in het huiskamer-epicerietje vlakbij de boot.

Zondag willen we een stukje doorvaren naar La Frette, daar hebben we op de heenweg een leuk steigertje gezien. Als we zondagochtend net willen gaan ontbijten komt de buurman om te vragen of we hem een sleep zouden willen geven naar een scheepswerf in Conflans. Hij heeft pech met zijn keerkoppeling en zo te oordelen aan zijn uitstraling is My Dream (de naam van zijn boot) een behoorlijke nachtmerrie aan het worden. Er zit ook een bordje ‘te koop’ op, wat wij een aparte combinatie vinden – net of je je droom aan het verkopen bent! Maar goed, na het ontbijt bereiden we de sleeppartij dus voor en al snel varen we héél rustigjes richting de Oise en Conflans.  

Het blijkt vandaag nationale sleepdag, want op de Oise komen we een binnenvaartscheepje tegen, dat langszij ook een jachtje sleept! Als My Dream bij de werf afgeleverd is, keren we om en varen richting La Frette – hopelijk is het steigertje vrij. Het is inmiddels heerlijk weer geworden, prachtig zonnetje, lekker windje, niet te heet, niet te koud, perfecto! Het steigertje blijkt nog vrij, we maken vast, halen de fietsjes uit het achteronder en fietsen door lommerrijke lanen terug naar Conflans, waar we de Seine oversteken om door een apart soort waterwingebied naar Maisons Laffitte te fietsen. Een stad, waar je niet moet gaan wonen als je niks van paarden moet hebben.

 

Hier zijn grote renbanen en staat, zo niet alles, dan toch heel veel in het teken van de paardensport. We zagen zelfs appartementjes met stallen onder het woongedeelte! Als je weinig geld hebt, hoef je hier trouwens ook niet te gaan wonen, zoveel is ook al snel duidelijk: hier is Wassenaar een klein jongetje bij vergeleken! Maar goed, wij vinden het superleuk om eens gezien te hebben en keren helemaal tevreden terug bij de Knipmes, waar we de rest van de dag genieten van alle watersportbedrijvigheid hier op de Seine.

Maandag varen we naar Rueil-sur-Seine en onderweg vliegt er een vreemd soort vogel voorlangs de Knipmes. Hij landt in een boom en tussen de takken door zie ik dat er nog zo’n vogel zit én dat het ongebruikelijke zijn. Verrekijker erbij en inderdaad: het blijken pestvogels!!

 

Supergaaf om die eens in het echie gezien te hebben; sommige vogels staan op je verlanglijstje en als je ze dan ooit eens spot, is dat natuurlijk geweldig! Dik tevreden knopen we vast in Rueil, vatten het plan op om naar Versailles te fietsen, verwerpen dat later weer en besluiten dan morgen maar weer verder te gaan.

Als we Peetje bellen om haar fijne dagen in Parijs te wensen met Diana en Joëlle, begint er een plannetje te rijpen: als we nou eens proberen morgen voor één nachtje in het Arsenaal te liggen, zou het dan niet héél leuk zijn, als de dames gezellig zouden kunnen komen eten??? Ja, natuurlijk zou dat super zijn, dus daar gaan we voor!

In Parijs nemen we nog een van Alain’s zij-armen mee – een stukje natuur midden in de stad, met een keur aan woonboten en –bootjes.

 

Genieten en weer één van de – wat wij zijn gaan noemen – Alain-cadeautjes! Varen door Parijs is en blijft natuurlijk een belevenis en nu is het toch aanzienlijk drukker dan de eerste keer dat we hier voeren.

 

Gelukkig is er plaats in het Arsenaal en al snel is de afspraak met de ladies gemaakt voor vanavond. Eenmaal vastgemaakt blijken ook Govert en Annet hier te liggen, dus het wordt een supergezellige middag en avond. Kosten noch moeite worden hier in Parijs overigens gespaard om ons te vermaken: we worden zelfs getrakteerd op een heuse vliegshow (oefening voor 14 juli)!

Leuk om Diana en Joëlle nu eindelijk eens te leren kennen – en uiteindelijk dus tóch in Parijs!! De tijd vliegt voorbij, Annet komt nog even een wijntje meegenieten en uiteindelijk besluiten we, dat het drievrouwschap morgen lekker een dagje mee gaat varen:

 

komt mooi uit, want Diana heeft haar enkel verstuikt en zo krijgt die nog even de gelegenheid om te herstellen. Plan is om een rondje langs de bezienswaardigheden te maken en daarna richting de Marne te varen, vanwaar de dames dan de metro terug richting Parijs kunnen nemen. Ook Govert en Annet vertrekken morgen naar de Marne, dus die zien we vast nog wel ergens, gezellig!!

Zo komt er waarschijnlijk dus een bijzonder feestelijk einde aan onze tocht over de Seine, een waardige afsluiting van een indrukwekkende reis over een prachtige rivier!!

NA ZONNESCHIJN KOMT (GELUKKIG) REGEN…..

Dinsdag 13 Juli 2010 at 4:07 pm

Je mag het natuurlijk eigenlijk alleen maar héél zachtjes voor jezelf denken, maar desondanks beken ik luid en duidelijk: blij toe dat er een einde gekomen lijkt aan een week van amechtig gehijg, klotsende oksels en gelaten wachten op de – overigens zéér – betrekkelijke koelte van de avond!! Jullie begrijpen al, ik heb het niet zo op hitte: 20, 25 graden vind ik helemaal perfect en als het warmer wordt, dalen mijn humeur en uithoudingsvermogen evenredig. Natuurlijk zijn er hele volksstammen die daar heel anders over denken en dat mag, maar ik ben blij met deze regen en verkoeling!

Natuurlijk willen we ondanks de warmte, af en toe toch gewoon wandelen – het bloed kruipt enz. – en om daarbij niet aan oververhitting ten onder te gaan, zetten we de wekker op 5 uur, half 6 op pad! Het beste deel van de dag zodoende zoveel mogelijk benuttend, voert onze wandeling in Limay eerst langs de Seine bij Mantes-la-Jolie en al snel landinwaarts langs kleine dorpjes en een aantal bewaard gebleven wasplaatsen.

Een verheugend gegeven op een hete dag en terwijl wij ons steeds verheugen op schaduwrijke plekjes, test Dorus vol overgave het diverse waswater! Wasplaatsen, waar ongetwijfeld alle dorpsroddel onder het schrobben van vuile lakens en onderbroeken doorgenomen werd, in een tijd dat er nog geen dorpshuizen (nodig) waren…

Weinig schaduw en wel water, maar toch ook weer te weinig, voor de bemanning van dit schip. Gestrand op een ondiepte in de Seine tussen Vernon en Limay – kwestie van de verkeerde kant van de boeien aanhouden. Een triest gezicht en waarschijnlijk een fikse schadepost voor een bedrijfje in een toch al niet bijzonder ‘welvarende’ periode.

Van Limay varen we door de kapotte brug naar Meulan.

Ook hier gaan we op een ochtend vroeg op pad, voor een rondje GR dit keer.

 

Prachtig, alleen jammer dat we aan het eind het spoor bijster raken, fiks omlopen en behoorlijk uitgewoond in de middaghitte pas weer bij de Knipmes aantikken. Gelukkig is Fred niet voor één gat te vangen: hij creëert een zwemtrap voor Dorus, die daar gelijk dankbaar gebruik van maakt en legt de waterslang uit voor ons, zodat we op gezette tijden tot koeling van lijf en leden over kunnen gaan!

Slapen doen we de laatste nachten in de kuip, luchtig en romantisch en als we niet kunnen slapen genieten we van kikkerkoren en het geplons van enorme, paaiende vissen.

In de avonduren bewonderen we de verrichtingen van een beverrat en zijn gade. Gigantische beesten, bijna zo groot als een bever (!), maar eens zo zwaar. In Duitsland worden ze om hun pels gefokt, ze komen inheems voor in Zuid-Amerika en in Europa dus af en toe verwilderd. In koude winters schijnen ze dood te vriezen, wat hun uitbreiding danig in de weg staat – en misschien is dat maar goed ook?!

Vandaag varen we door de stromende regen over zij-armen van de machtige Seine, die qua uitstraling af en toe wat aan de Vecht doen denken.

 

Alain (uit Poses) heeft op het gekopieerde boekwerk met Seinekaarten, dat we van hem kregen, alternatieve vaarroutes aangegeven (door die armen dus!) die de moeite waard zijn en zelfs in de stromende regen blijkt hij daarin helemaal gelijk te hebben!!

Als we vastmaken in Andrésy blijkt het markt, is het droog en aanmerkelijk frisser dan de afgelopen week en zijn wij (lees: ik!) weer helemaal in optima forma!!!

VAN FIETSPADEN, KLAUTEREN EN ZIELEPOTEN

Zaterdag 26 Juni 2010 at 7:44 pm

Zaterdag 5 juni vertrekken we – na de markt! – uit Vernon met als doel Les Andelys. Daar schijnt een leuk haventje te zijn en dat is ook zo, alleen niet voor ons want er is voor de Knipmes niet voldoende water onder de kiel. Toch willen we hier ergens liggen, want het is zó prachtig:

 

een schilderachtig dorpje gedomineerd door een heuvel met daarop de ruïnes van het eens machtige Château Gaillard, de Engelse verdediging tegen de Fransen (Normandië hoorde in die dagen immers nog bij Engeland, we praten dan zo’n beetje over de 12e, 13e eeuw!).

 

Het lukt en we besteden een aantal dagen aan wandelen en fietsen in de omgeving én natuurlijk aan dwalen door de ruïnes; vroeg in de ochtend als cruiseschepen en touringcars hun lading daar nog niet geleegd hebben en we in eenzaamheid kunnen dwalen en genieten.

 

Woensdag willen we weer vertrekken. Als we wakker worden is al snel duidelijk dat dát niet zomaar zal lukken: in de vroege ochtenduren is er een cruiseschip naast ons komen liggen, dus we zullen onze ziel nog een aantal uren in zaligheid moeten bezitten.

 

We besluiten tot een GR-wandeling en daar krijgen we – ondanks stevig klimwerk – bepaald geen spijt van!

 

De uitzichten zijn grandioos en we komen zelfs langs een prachtig grottencomplex.

 

In de middag vertrekt het cruiseschip en wij dus ook. Als snel zien we een lieflijk steigertje in Muids en daar kunnen (en willen) we niet aan voorbij gaan. Muids blijkt een typisch Frans plattelandsdorpje met een ieniemienie epicerie’tje waar we ’s ochtends ook brood kunnen halen.

 

Donderdag begint regenachtig, toch gaan we nog een stukje GR doen. Gelukkig maar, want het klaart op en de wandeling brengt ons op prachtige plaatsen bij en langs de Seine. Uiteindelijk komen we bij Saint Pierre du Vauvray en denken daar een leuk aanlegplekje te zien. Daarmee blijkt achteraf geen woord teveel gezegd, want als we er de volgende ochtend naartoe varen zullen we daar uiteindelijk zo’n 10 dagen blijven! Het is hier heerlijk:

 

de mensen zijn vriendelijk, we wandelen, we fietsen én…..Fred reinigt naast de boot de kuiptent en de kussens. Met verbluffend resultaat, mogen we wel zeggen.

Bovendien komen Jeroen en Anja voor het weekend hier naartoe en dat is uiteraard helemaal feest! Wij maken rabarbertaart, Jeroen maakt een emmertje haring schoon,

 

we varen wat, eten wat, kletsen wat en luieren wat en het weekend vliegt voorbij.

Zondagmiddag eten we nog met elkaar en dan is het alweer tijd om afscheid te nemen. Omdat we daar toch altijd wat van uit ons hum zijn, gaan wij er ook maar gelijk vandoor: óp naar Poses en de sluis van Amfréville, de laatste sluis voor Rouen. Na deze sluis gaat de Seine als getijderivier verder.

 

We vinden een aardig plekje aan de kade van Poses, kuieren door het stadje en vinden in eerste instantie eigenlijk niet eens een bakkertje. Bij navraag blijkt de bar/tabac ook brood en wat levensmiddelen te verkopen en dat is genoeg om ons tevreden te houden. Maandag steken we de stuw en de sluis over en klimmen en dalen en klimmen en dalen en klimmen en dalen langs de Côte des 2 Amants en over de Falaises de la Seine.

 

Doodvermoeiend, maar mooi! In een prachtige vallei komen we in Senneville bij een manoir, waar we zomaar vrijelijk rond mogen kijken, ontvangen voetbalfelicitaties en een gezellige babbel van een beminnelijke dorpeling en dalen uiteindelijk weer af richting de Seine.

Terug aan boord maken we kennis met twee supervriendelijke Posesianen. Hun bootjes liggen zo’n beetje naast ons en zij wonen er ook vlakbij. Van de één krijgen we een boekwerk met alle havens/aanlegmogelijkheden in Frankrijk en de ander gaat zijn boek met vaarkaarten van de Seine voor ons kopiëren – dat boek is nl. nergens meer te koop en de herdruk laat al tijden op zich wachten. We bewonderen elkaars bootjes en vooral die van Alain maakt diepe indruk: hij heeft een boot mét zwembad!

 

Dinsdag hebben we het plan opgevat een fietsroute naar Pinterville te maken. We hebben een veelbelovend fietsroutebord gezien en in onze onschuld gaan we ervan uit, dat het dan verder wel goed komt. Niks blijkt minder waar, vooralsnog blijft de route beperkt tot één bord! Knap lastig allemaal en als we in arren moede dan maar besluiten zelf iets te verzinnen, komen we na een kilometer of wat wéér een bord tegen. Dan maar weer wel…..zoeken, zoeken….dan maar niet en dan, uiteindelijk, komen we bij Léry op het goede spoor en is het helemaal geweldig: een prachtig fietspad langs de Eure en zelfs de tolweg wordt ludiek in de route meegenomen.

 

Onderweg doen we Louviers aan, dat blijkt een mooie stad, waar de Eure in zo’n 20 vertakkingen (natuurlijke en kunstmatige) doorheen stroomt, waarschijnlijk niet in de laatste plaats dankzij de vroegere lakennijverheid hier.

 

We dwalen wat rond, eten er een stokbroodje en gaan daarna op de pedalen voor de 20 kilometer terug naar de Knipmes.

Alain komt op de koffie met voor ons een compleet gekopieerd boekwerk onder zijn arm. Het is gezellig, Alain heeft zat te vertellen. Dan – véél te snel! – maken we kennis met buurman numero 3, die we vanaf nu ‘le pitoyable’ (de zielepoot) zullen noemen. Hij heeft (blijkt later) de Seinepolitie gebeld. Hij wil niet dat we voor zijn dure-patser-huis liggen, maar durft dat kennelijk niet zelf te zeggen. De meneer ‘Seine-politie’ is apart, vervelend en vindt het kennelijk ook niet genoeg om gewoon te zeggen dat we daar niet mogen liggen: hij doet moeilijk en zegt dat wij ons registratienummer keigroot aan de buitenkant van de Knipmes moeten schilderen en dat we dat in Rouen moeten regelen, want érrug belangrijk, jaja!. Nou, dát willen (en hoeven) wij dus écht niet! Alain weet een ander plekje voor ons en vaart mee om het aan te wijze én om te voorkomen dat één en ander op de ordinaire burenruzie uitloopt, waar ‘le pitoyable’ duidelijk op aanstuurt. Het nieuwe plekje is prachtig en even later komt ook mevrouw Alain erbij. Ze vertellen, dat meneer ‘Seine-politie’ op de sluis van Amfréville werkt en niet makkelijk is – dat idee hadden wij inmiddels ook al! – waardoor later bij ons het gevoel groeit dat we maar niét naar Rouen moesten gaan; we hebben écht geen zin in dat gezeur en hoewel we zeker zijn, dat we in ons recht staan: ga dat maar eens fiksen met zo’n machtsmeneertje en dan ook nog in je beste steenkolenfrans….

Woensdag relaxen we en doet Fred wat lakklusjes, donderdag fietsen we naar Pont de l’Arche en vrijdag maken we dus los en varen zorgeloos en lekker relaxed terug naar St.Pierre!

 

Het is stralend weer en na de boodschappen tillen we de kano van het dak en maken ons op voor het eerste kanotochtje van het jaar. We varen door wat Seine-kreekjes, eten stokbrood op een ministrandje waar Dorus lekker kan zwemmen en door het water struinen,

 

peddelen naar de Moulin d’Andé en worden zelfs zo dapper dat we ónder het omhoog getakelde waterrad doorvaren! Als we het moleneiland ronden, komen we oog in oog met een hertje, dat ons nieuwsgierig vanachter een boom staat te bekijken. Wéér een middagje puur genieten dus en terug bij de Knipmes babbelen we gezellig met Govert en Annet, onze Nederlandse buurtjes hier in St.Pierre. Zaterdag willen we proberen in Vernon te komen: niet in de laatste plaats voor de gezellige markt, maar óók zeker niet in de laatste plaats om weer eens wat van ons te laten horen via de digitale snelweg, die de laatste tijd van ons uit zo snel niet meer is…..!

Desondanks willen we één en ander graag met jullie delen, want het is hier zó prachtig! Hugo had helemaal gelijk: de Seine is vast en zeker de mooiste Avenue van Frankrijk!!

WELSHE VERHALENVERTELLERS

Vrijdag 04 Juni 2010 at 4:05 pm

Een stad kan zo mooi niet zijn, bij tijd en wijle gaat er toch niks boven onvervalste én goed vertelde verhalen!

Als we zondag nog maar net terug zijn van een ontdekkingstocht(je) door Vernon, komt er een zeilscheepje met gestreken mast aangewaaid. Het afmeren verloopt niet vlekkeloos – de bemanning blijkt behoorlijk aangeslagen door een tamelijk heftig sluisavontuur. We bieden ze een drankje aan om een beetje op verhaal te komen en dat lukt wonderwel! Graham en Norma heten ze en ze zijn van Cardiff binnendoor onderweg naar de Middellandse Zee. Het wordt reuze gezellig en we krijgen al een voorproefje van hun talenten….

Maandag trouwt één van mijn zusjes. Op het moment van het ja-woord zitten wij aan de koffie in Giverny en in gedachten bij haar, onze nu officiële zwager en hun beider gezinnen. Ze vieren deze dag met elkaar en hun wederzijdse (klein)kinderen en gelijk hebben ze!

 

In het volste vertrouwen dat ze (bij leven en welzijn) nog heel veel gelukkige jaren voor de boeg hebben, slenteren we wat door het lieflijke, maar wel heel toeristische stadje. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor het woonhuis en de tuinen van Monet – die hier dus jaren woonde en werkte – en die we vroeger al eens bezochten. Eerlijk gezegd bevalt het wandelpad ernaartoe en terug (een gedeelte van de GR2) ons nog het best!

In het zicht van de Seine wordt duidelijk dat Norma en Graham toch nog niet vertrokken zijn; ze vinden het prettig om nog even bij te komen van hun sluisavontuur en gezellig om nog wat met zijn vieren te zijn, vertellen ze even later. Dáár moet natuurlijk op gedronken worden en gelukkig hebben zij nog wat onder de kurk!

We besluiten ’s avonds met elkaar te eten en het is dan dat het talent van Graham om prachtige verhalen te vertellen volledig tot z’n recht komt! Genieten en de avond vliegt voorbij, jammer dat onze wegen morgen onvermijdelijk weer scheiden…

Ondertussen varen de cruiseschepen hier af en aan: aan dezelfde kade als waar wij liggen zijn meerpalen en een speciaal steiger voor deze schepen. Soms liggen ze wel driedik en dan zijn wij toch wel heel erg klein!

 

Sommige bemanningen zijn hartstikke aardig en komen gezellig een praatje maken, andere zien ons nog niet staan/liggen… De passagiers worden van hier opgehaald door touringcars om tripjes te maken en ondertussen is het grote schoonmaak op de schepen!

Dinsdag volgen we de GR2 naar Pressagny-l’Orgueilleux.

 

Vanaf het schilderachtige kerkje hopen we dan een pad terug langs de Seine te vinden, zodat we niet langs de drukke weg hoeven. Dat lijkt te lukken; we lopen achter (of is het voor?) langs het Château de la Madeleine en hoewel het pad soms niet meer is dan een geitenpaadje en we steeds bang zijn dat het ieder moment dood zal lopen op een groot, gesloten hek,

 

hebben we geluk en komen langs een mooi zij-armpje van de Seine weer uit bij Vernonnet, aan de overkant van Vernon, waar we ook begonnen en waar de schilderachtige Vieux Moulin en het Château des Tourelles zijn.

Woensdagochtend is het markt in Vernon en natuurlijk gaan we daar even kijken, snuffelen en genieten. ’s Middags wandelen we langs de Seine naar het Château de Bizy. De kilometerslange laan, die vroeger de oprijlaan was, zagen we gisteren al vanaf de hoogte aan de overkant.

 

De laan is nog steeds als zodanig herkenbaar, alleen loopt er nu een drukke weg overheen, maar soit….misschien maakt het kasteel alles goed. Niet dus, want tenzij je bereid bent 7,80 de man te betalen, krijg je helemaal niks te zien: noch van het kasteel, noch van de tuinen! Nou, dan niet toch: het wandelingetje op zich was ook al heerlijk…

Donderdag hebben we voor hier nog één noot op onze zang en dat is een wandeling door le Grand en le Petit Val naar het gehucht Rue de Normandie en het kerkje van Blaru.

 

Een lange, smalle vallei, waar rust en stilte overheersen.

 

Oh ja en hele enge spinnewebsliertjes vol rupsen, die als lianen boven het pad hangen! Dáár moet je echt goed voor uitkijken, want als je dáár met je gezicht inloopt, brrr!